maandag 22 augustus 2011

DOCHTER

"ho, even wachten tot die mevrouw voorbij is".

we voetballen voor op straat, sam en sofie en ik. in aantocht is een oude dame die met haar witpluizige hondje en haar blauwe rolator door onze buurt wandelt. ik zie haar regelmatig en we groeten elkaar. haar leeftijd ligt een behoorlijk eind boven de tachtig, schat ik. ze draagt doorgaans de lange beige jas die je van zo'n dame mag verwachten.

wij voetballen, zij is in aantocht en ik zeg: "ho!"

met z'n drieën op een rijtje staan we te wachten tot ze passeert. maar dat doet ze niet. ze blijft staan en kijkt ons aan en begint te praten.
"uw kinderen?" ik knik. "een jongen en een meisje," zegt ze.
"jazeker," zeg ik, want je gaat dan toch terugpraten terwijl er eigenlijk niets te zeggen is.
"mooi, zo'n meid. ik had ook een meid, maar ik ben haar kwijtgeraakt." ze zwijgt even. ik zie twee open kindermondjes. "ze is nu in de hemel." en terwijl ze omhoog kijkt zegt ze: "ik hoop maar dat ze het goed heeft daar."

"en toen zei papa: 'ja, laten we het maar hopen'" vertelt sofie later, als we over dit voorvalletje vertellen.
"en toen?"
"toen zei ze 'dag' en liep ze door, he pap?"
ik knik. zo was het gegaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten