mensen vragen wel eens of het niet zwaar is te werken met zo veel kinderen met problemen. ik doe daar meestal nogal luchtig over.
vandaag toch weer even met de neus op de feiten gedrukt.
aan het eind van de pauze wordt er een rookbom de school in gegooid. rode rook vult in no-time de gangen. voordat er genoeg deuren opengezet kunnen worden, gaat het brandalarm af en begint dus de drukke maar gemoedelijke tocht naar het sportveld achter de school. voor iedereen goed en wel het gebouw verlaten heeft, wordt door de intercom omgeroepen dat iedereen weer terug kan naar de klas. een beetje rommelig in de school, maar de rust keert binnen een paar minuten weer terug.
in de klas is een irakees jongetje nogal druk. hij heeft het over 'de bom'. koerdisch, realiseer ik me, de naam halabja schiet me te binnen. "gas," zegt het jongetje opgewonden, met een grijns op zijn gezicht. "als je in je mond, allemaal dood!" ik zie aan zijn ogen dat hij het niet echt gelooft, dat hij dondersgoed in de gaten heeft dat deze rookbom niet gevaarlijk is. maar hij zegt het wel.
'halabja' zelf heeft hij natuurlijk niet meegemaakt, daar is hij veel te jong voor. maar kennelijk weet hij wel - uit verhalen wellicht - wat een gifgasaanval is. en kennelijk zit dat soort geweld niet zo heel diep weggestopt in zijn herinnering. en dat dwingt mij me te realiseren dat ik veel kinderen met dit soort achtergronden in de klas heb.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Tja, als jij niet aan hoofdletters doet win je dat dictee natuurlijk nooit.
BeantwoordenVerwijderenLeuke blog, dat wel.