zaterdag 14 februari 2009

KONINGIN - deel vier en slot

teruggetrokken boosheid.
hij had er wel van gedroomd zijn werkelijke woede te kunnen aanboren, maar bij dromen was het gebleven. zijn hele opvoeding was in zijn ogen - had hij bedacht in een opwelling - op zelfbeheersing gericht geweest. hij was er met de hulp van toch vooral zijn moeder de vorstin uitstekend in geslaagd zichzelf te af te richten.

vele uren had hij liggend op zijn bed starend naar het plafond doorgebracht, weggestapt uit zijn prinsenleven.
de spagaat had hij het genoemd, maar hij had er nooit serieus met iemand over gesproken. hij voelde zich in toenemende mate bijzonder, niet in de laatste plaats door alle media-aandacht. grote artikelen in verachtelijke bladen toen hij een nieuwe wintersportlocatie koos!
en terwijl het land hem met het naderende koningschap in toenemende mate belichtte en uitvergrootte, hamerde zijn moeder er meer en meer op dat hij gewoon moest blijven.

en dat hele conflict vocht hij steeds op nieuw in stilte in zijn eentje op zijn kamer liggend op zijn bed starend naar het plafond uit. en het was terug te leiden tot één moment. en hij en zijn moeder speelden de hoofdrol in die ultrakorte tragedie.

hij vermoedde al dat de koningin iets vermoedde, maar toen ze hem ooit zo zag, kwam aan al dat vermoeden een akelig abrupt einde.
hij was nog wel onder de dekens geschoten, toen ze onverwacht binnenkwam, maar uiteraard had ze het gezien, want ze zag altijd alles.
ze had een verwilderde blik in haar ogen gekregen, waarvan hij later pas de oorsprong had begrepen. zij had op dat ene ogenblik haar hele heel zorgvuldig uitgestippelde toekomst aan scherven zien gaan.

over zijn blote schouders had ze de spaghettibandjes van zijn mintgroene jurk zien lopen. na een fractie van een aarzeling was ze op hem toegestapt en had de dekens teruggeslagen. de ontzetting spatte van haar gezicht.

´doe niet zo belachelijk!´

een koninklijk moment. als het er echt toe doet de rust bewaren en weten wat je moet zeggen. hij ging rechtop in bed zitten en sprak met kalmte en overtuiging:
´ik doe niet, moeder, ik ben

nu op deze avond, de regering op de vlucht, zijn moeder verdwenen, de stad in brand, nu moest hij tonen wat hij waard was. die sukkels die voor zijn slaapkamerdeur in hun eigen pis stonden van de zenuwen, die hem jaren hadden verteld wat hij dacht, hij negeerde ze. hij keerde zijn moeder de rug toe, rechtte die vervolgens en nam het heft in handen. hij streek een laatste maal over zijn jurk en voelde zich alexander de grote die zojuist een formidabele knoop had ontrafeld.

stap voor stap schreed hij in de richting van het balkon. met iedere decimeter werd het gebrul vanaf het plein oorverdovender, werden de fakkels feller. maar het drong steeds minder tot hem door. hij ging de mensen immers vertellen wat hij ze al jaren geleden had moeten vertellen.

hij duwde de balkondeur open, voelde de vitrage langs zijn been glijden en hoorde tienduizenden kelen verstommen. hij deed nog twee stappen naar voren, tot hij tegen de balustrade stond. op het plein zag hij eindeloos mensen, zag hij tweemaal eindeloos ogen die hem aankeken en hoorde hij nul verwijten. hij was niet op de vlucht geslagen, voor hem waren de mensen stil, hij was nu hun koningin.

en hij voelde plots de kilte van de zomernacht, draaide zich om en liep naar binnen om een boa om te gaan doen.

1 opmerking: