vreemd, dacht hij, dat de klaagzang van een secretaris even sterk kan klinken als de roep om een revolutie die uit duizenden kelen opgromt.
en: eigenlijk is het wel een aangenaam briesje dat door de kier tussen de balkondeuren door de slaapkamer indwarrelt.
hij zat op het voeteneind van zijn bed en voelde een einde aan zijn besluiteloosheid komen. daadkracht richtte zich in hem op, terwijl hij voor de zoveelste keer met zijn handen over de synthetische stof gleed.
De vitrage gleed hees over de paleisvloer.
gebonk op de deur. zij zouden het niet begrijpen. de secretaris bleef hem als enige roepen, volhardende man als hij was, maar daarachter stonden alle mannen achter de schermen. de premier en de ministers waren wellicht al in veiligheid gebracht, naar het buitenland gevlucht of angstig in hun kruipruimtes weggekropen. 'doet u nou gewoon open, meneer!'
een schilfertje op zijn handpalm bleef haken achter een glittertje.
'doe open, doe iets, iemand moet iets doen!' de toon was van geïrriteerd, via ronduit boos, veranderd in wanhopig. zouden de mensen proberen binnen te komen? waren ze misschien al binnen? stond het gezelschap achter de slaapkamerdeur ook ingesloten?
hij legde zijn hoofd in zijn nek, voelde zijn haar opbollen tussen achterhoofd en rug, en keek naar de kroonluchter. glitters. eigenlijk altijd al mooi gevonden. grote hap lucht, handen op de knieën en zo duwde hij zichzelf overeind. hij streek zijn jurk glad en opende de deur.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten