hij hing zijn jasje om haar schouders. merkwaardig eigenlijk dat zo'n zwoel broeierige zomeravond toch kil kan worden.
zijn jasje van bruin rib om haar schouders, zou het nog mooier kunnen worden? de dag was al gigantisch - vond ie zelf mooi gezegd - open ramen met schellende radio's, overal mensen discussiërend op straat, oproer.
ze waren de hele dag samen opgetrokken, nadat hij haar rond elf uur een portiek in had getrokken om te voorkomen dat een paard van de bereden politie haar zou verpletteren. of ze erg geschrokken was, had hij gevraagd en toen waren ze koffie gaan drinken.
en nu stonden ze 's avonds laat tussen de tienduizenden betogers op het grote plein midden in de hoofdstad eigenlijk al uren naar het paleis te staren. de premier was gevlucht, dat verhaal was enige tijd geleden als een besmettelijke ziekte door de massa gegaan. en nu hoorde hij om zich heen dat de koningin afstand had gedaan van de troon en dat het de vraag was wie dan nu de leiding had. de minister van defensie zei er één. nee joh, die is natuurlijk bij de premier, antwoordde een ouder iemand; een generaal dacht hij. een vrouw wist het zeker: de kroonprins, hij was immers de logische opvolger van de vorst. het lot van het land lag in zijn handen.
en zij had hem zacht gevraagd: 'wat denk jij?' en hij had vooral haar heup tegen de zijne gevoeld. oproer! het moment was groots; hij sloeg zijn arm om haar schouder en sprak: 'ik weet het niet, ik weet het echt niet!' en daarbij had hij over de hoofden van de mensen betekenisvol naar het paleis gestaard.
geroezemoes werd rumoer op het plein.
ze kwam nog dichter tegen hem aan staan.
mensen begonnen te schreeuwen en balden vuisten.
hij baalde nu een beetje van zijn jasje, had graag haar blote schouder gevoeld.
vanuit het paleis verscheen er iemand op het balkon.
haar haar rook naar zoete drop.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
leuk
BeantwoordenVerwijderen